CEES WITTEVEEN

De taaie Cees Witteveen werd op 14 februari 1871 te Leeuwarden geboren. Hij was actief in de wielersport van 1890 tot 1897 en was vooral sterk op de weg. Als nieuweling debuteerde hij op 29 juni 1890 tijdens de opening van de Amsterdamse baan in het Willemspark. In 1891 werd hij zowel tweede op het kampioenschap van Nederland te Arnhem op de 5000 m op safeties als op de weg. In 1892 behaalde hij twee overwinningen op de weg en een jaar later werd hij derde in de wegwedstrijd Maastricht-Nijmegen-Maastricht. Daarbij verbeterde Witteveen onderweg vele records. In 1894 werd hij tweede, achter de befaamde Jaap Eden, bij het wegkampioenschap van Nederland op de weg Amersfoort-Ede. Ook in de wegwedstrijden Maastricht-Nijmegen-Maastricht, Rotterdam-Utrecht-Rotterdam, Leiden-Utrecht-Leiden en een zes-uurs baanwedstrijd in Venlo werd hij tweede. Op 10 juni 1894 stelde hij het record over 109,8 km op het traject Groningse Martinitoren-Leeuwarder Oldehove vica versa, op 3 uur 44 min. 32 sec. Gemiddelde van zo'n 29½ km per uur en dat op een logge fiets met zware banden op zeer slechte wegen! Dat jaar verbeterde Cees Witteveen nog meer records: - 25 km met staande start: 39 min. 10,4 sec.; later in het jaar verbeterd tot 36 min. 59,6 sec.; - 50 km met staande start: 1.18.48,6; later verbeterd tot 1.15.06,2. - record over 1 uur: 38,298 km; later verbeterd tot 39,388 km.

In 1895 werd Cees Witteveen vierde in Bordeaux-Parijs voor amateurs over niet minder dan 592 km. Dat kan een puike prestatie genoemd worden, te meer daar hij maar liefst zeven maal een band moest plakken. Dat jaar werd hij tweede op het wereldkampioenschap voor amateurs over 100 km met tandemgangmaking. Winnaar werd de Limburger Matthieu Cordang in 2.33.48.4. Daarvoor was hij wederom tweede geworden in de strijd om het kampioenschap van Nederland op de weg, nu achter Willem van der Meij. In 1896 werd Witteveen, de 'eeuwige tweede', beroepsrenner en kwam hij achter multiplet-gangmaking uit. Tegen het einde van 1897, na veel pech, besloot hij te stoppen en in januari 1898 boden zijn vrienden hem een afscheidsfuif aan. De laatste jaren van zijn leven fungeerde hij als voorzitter-kamprechter bij wedstrijden in het Stadion te Amsterdam. In 1927 overleed hij te Amsterdam. Hij werd slechts 56 jaar.