PIET VISSER

Piet Visser werd geboren op 22 februari 1916 te Sneek. Al na enkele weken verhuisde hij met zijn ouders naar Leeuwarden. Via zijn buurjongens kwam hij in aanraking met het fietsen. "Die jongens vertrokken op zondagmorgen met een dikke trui aan en de pet verkeerd op voor de trainingsritten", vertelt Visser. "Van de kapitein van de Drachtster Boot kreeg ik een ouwe (gewone) fiets, helemaal rood geverfd, met gele wielen. Bij Andriessen haalde ik een racestuur voor twee kwartjes en de volgende zondagmorgen mocht ik met de jongens mee. Sturen was nog niet mijn sterkste punt, want tijdens de rit maakte ik een fikse buiteling. De knie was uit de broek en dat betekende bij thuiskomst een flink pak slaag". In 1933 kocht Visser een gebruikte racefiets van renner Arjen Feitsma uit Hijlaard voor f. 25,--. Het frame was maar 23 inch, veel te klein voor "Lange Piet". Een zadelpen van een stuk gaspijp zorgde echter voor een perfecte zit. Er werd gefietst op de Leeuwarder Wielerbaan, op de weg, maar ook op de hometrainer. "Dat was toch wel mijn specialiteit, al was ik geen echte uitblinker. Ik heb altijd voor mijn plezier gereden en huldigde immer de Olympische gedachte: het meedoen is belangrijker dan te moeten winnen", stelde Visser. Voor de oorlog trainde hij elke middag zo'n 120 km. Dat kon, omdat hij als melkboer elke middag vrij had. Na een lezing van de bekende sportjournalist en ploegleider Joris van den Berg werd Piet Visser ook nog bokser. Er werd gesteld dat deze sport uitstekend paste bij het wielrennen, omdat de bokstraining zou leiden tot een betere ontwikkeling van niet alleen de benen, maar van het gehele lichaam.

In 1935 kwam Piet Visser in het bestuur van Ren- en Toeristenvereeniging Leeuwarden en werkte samen met Van der Veen, H. Leegstra, Otto Ebbens en Louis Schot. Kort na het uitbreken van de oorlog werd Visser tewerkgesteld in Duitsland en bij terugkomst in 1945 was de wielerbaan verdwenen. De Ren- en Toeristenvereeniging bestond alleen op papier nog en stierf weldra een zachte dood. Al spoedig belandde Piet Visser in het bestuur van De Friesche Leeuw. De contributie ophalen was zijn taak en de functie van 2e penningmeester was het logisch gevolg. Eind jaren zestig werd hij jeugdleider van de club en zette een bloeiende afdeling voor jonge renners en rensters op. Daarna volgde Visser een jurycursus van de KNWU te Drachten en was tot zijn vijfenzestigste (in 1981) een gewaardeerd lid van het Friese jurycorps, waarbij de functie van rondenverificateur zijn specialiteit werd. Hij noemt Piet Hoekstra uit Dokkum de beste renner die hij ooit is tegengekomen. "Dat was echt een krachtmens. Die man kon kilometers in een moordend tempo alleen rijden. Slimmigheidjes waren er niet bij. Als hij won kon je altijd zeggen dat de beste had gewonnen. Wat een kerel!", aldus Visser. In 1979 werd hij door de KNWU onderscheiden met het Zilveren Wiel. Een jaar later, tijdens de viering van het 40-jarig bestaan van De Friesche Leeuw, werd Piet Visser benoemd tot erelid.