CEES STAPENSEA

Op 6 september 1931 meldde de zeventienjarige C.S. Stapensea uit Menaldum zich bij de uitschrijvers van de Friesche Elfstedentocht te Leeuwarden. Hij verzocht om met een gewone toerfiets aan de 'wedstrijd' te mogen deelnemen. Hoewel hij toen niet bepaald de indruk wekte dat hij nog eens een wielrenner van klasse zou worden, reed hij de tocht, gereden in waar hondenweer, met een moed en zelfvertrouwen, dat zijn tegenstanders, met hun prima wegmateriaal, al direct begrepen dat Cees Stapensea een duchtig woordje zou gaan meespre- ken. Met een verbazingwekkende energie reed hij de ongeveer 200 km uit en toen daarna bleek, dat hij in het totaalklassement de tweede plaats bezette (na de Harlinger Henk Klompmaker), kende het enthousiasme bij vele toeschouwers geen grenzen. Zijn eerste wedstrijd op de baan reed hij op Koninginnedag, 31 augustus 1932, te Harlingen. Hij werd vierde op de sprint, derde (met A. Gongrijp) in de koppelkoers en in de afvalwed- strijd behaalde hij een zilveren medaille. Twee dagen later, in Franeker, nam hij, na weer een tweede plaats in de koppelkoers, uitsluitend genoegen met eerste plaatsen. Hij won zowel het sprintnummer als de afvalwedstrijd. De naam Stapensea was gevestigd, maar studieredenen verhinderden hem om aan alle wedstrijden deel te nemen. Toch werd hij in 1933 nog tweede op het kampioenschap van Noord-Nederland, achter de rappe Hendrik Renkema uit Noordhorn.

Op de wielerbanen in het hele land was Cees Stapensea een graag geziene gast. De koppel- wedstrijden lagen hem goed en met zijn partners Henk Klompmaker, Klaas de Vries, Jan van Hout, Jaap Hiemstra, Rinus Schotman, Henk Jazet en Jan Leijenaar behaalde hij vele succes- sen. Een hoogepunt was de overwinning in de Kleine Zesdaagsche van Leeuwarden in 1935 met koppelgenoot Hans Bragard uit Keulen. Ook op de weg vestigde Stapensea naam. Zo won hij de wegwedstrijd Leeuwarden-Noord- horn v.v. over 80 km met ruim een kwartier voorsprong op de tweede in een tijd van 2 uur 25 minuten. In het voorjaar van 1936 stopte Cees Stapensea met de wedstrijdsport. In de zestiger jaren was hij nog enige tijd voorzitter van LWV De Friesche Leeuw.