HENNY, PIET, SIETSE EN GABE SCHOPPEN

De gebroeders Schoppen uit Huizum waren als wielrenner erg bekend. De oudste was Henny Schoppen. Hij werd op 21 februari 1914 in het Duitse Recklinghausen geboren. Schoppen debuteerde begin 1934 op de hometrainer en werd meteen 6e op het clubkampioenschap van de Ren- en Toeristen Vereeniging Leeuwarden. Enkele maanden later behaalde hij zijn eerste prijs op de baan door op de achtervolging de bekende Elfsteden-schaatsenrijder Sikke Dijkstra uit Cornjum te verslaan. In juni 1934 greep hij net naast de medailles tijdens het kampioen- schap van Noord-Nederland op de weg te Noordhorn (4e). Tijdens de openingswedstrijden op de baan te Donkerbroek was het Henny Schoppen die, samen met koppelgenoot W. Stijger, voor de eerste keer als overwinnaar werd gehuldigd. In 1936 werd hij clubkampioen op de achtervolging, waarna hij nog lange tijd vrij onopvallend in het peloton meereed. Tijdens de oorlog, in juni 1942, behaalde hij nog het kampioenschap van Leeuwarden voor transportrij- ders. In 1947 stopte hij met wielrennen.

De tweede van het viertal was Piet Schoppen, geboren op 12 augustus 1917 te Huizum. Aan het eind van 1935 begon hij op de weg en werd 1e in een clubwedstrijd. Zijn belangrijkste wapenfeit was de zege in de Australische achtervolging voor de Leeuwarder Theo Overeinder in juli 1937. Spoedig daarna stopte hij met wielrennen.

Sietse Schoppen, geboren op 7 november 1924 te Huizum, was de jongste. Zijn carrière viel in de oorlogsjaren, zodat hij slechts twee jaar in wedstrijdverband meedeed (van april 1941 tot september 1942). Aansprekende resultaten behaalde hij niet.

De meest talentrijke van het kwartet was Gabe Schoppen. Hij werd geboren op 23 september 1922 te Huizum en debuteerde bij de adspiranten op 15-jarige leeftijd. Hij was een echte door- zetter, die zowel op de hometrainer als op baan en weg goede resultaten boekte. Op de baan beheerste hij vrijwel alle disciplines. Twee jaar later kwam Gabe Schoppen, in het dagelijkse leven bakker, voor de Ren- en Toeristenvereeniging "Leeuwarden" uit in de A-klasse en in zijn eerste clubwedstrijd op de weg troefde alleen de snelle Harlinger Thommy de Boer hem af. Na de oprichting van de LWV De Friesche Leeuw, in november 1940, werd Gabe Schoppen lid van die club. Na aanvankelijk een koppel met Jan Rutten gevormd te hebben, reed hij later veel wedstrijden met Sjerp Riemersma uit Lieve Vrouwenparochie. Aan zijn aktieve wieler- loopbaan kwam op 3 augustus 1941 een einde wegens een valpartij in het eerste Friese criterium in de geschiedenis op de Willem Lodewijkstraat te Leeuwarden. Daarbij was ook Joop Middelink betrokken, maar deze kon na behandeling in het ziekenhuis weer naar huis. Voor Gabe Schoppen pakte het minder goed uit. Een 'Hollandse' renner gaf hem een zwieper en Gabe kwam zwaar te vallen. Met een scheur in de borstkas overleefde Gabe het ongeluk nauwelijks. Een verblijf van zeven weken in het Diaconessen-ziekenhuis te Leeuwarden hielp hem er echter weer bovenop. Het wedstrijdfietsen werd hem echter verboden. Door De Friesche Leeuw werd besloten om geen prijzen beschikbaar te stellen voor de augustus- competitie, maar het daarvoor uitgetrokken bedrag aan Gabe Schoppen beschikbaar te stellen. Ook op andere manieren heeft de club de onfortuinlijke renner financieel ter zijde gestaan, daar alle kosten als gevolg van het ongeval door de renner zelf gedragen moest worden. In het midden van de zestiger jaren was hij een viertal jaren ploegleider bij De Friesche Leeuw, waar hij renners als Jelle Vellema, Sander Douma, Ale en Henk van Sinderen, Jacky de Boer, Siebe van der Galiën en Jurjen de Wit begeleidde. De familie Schoppen, met zoon Bauke -ook wielrenner- verhuisde in 1967 van Leeuwarden naar Zwaagwesteinde, waar men een fietsen- zaak opende met een speciale raceafdeling. In 1968 richtte hij samen met Jan de Bruin, Rindert Algra, Harm de Vries en anderen de wielervereniging Otto Ebbens op. Daarna is hij nog een aantal jaren jurylid bij de KNWU geweest.