PETER EN RINK NIEUWENHUIS

Peter Martinus Nieuwenhuis, geboren, op 3 april 1951, en getogen in Amsterdam, later naar Friesland verhuisd, was een uitstekend baanrenner. Zijn studie aan de Pedagogische Academie offerde hij op voor het wielrennen. Later behaalde hij het CIOS-diploma, werd sportleraar, en was geruime tijd medewerker bij de Stichting Spel en Sport. Hij debuteerde in 1968 bij de nieuwelingen en behaalde vijf overwinningen. Van 1970 tot 1976 zat hij in de nationale baanselectie van Frans Mahn en werd in die periode twee maal kampioen van Nederland: een keer op de 50 km in lijn (1970) en een keer op de koppelkoers (in 1974, met Ger Slot). Verder behaalde hij twee maal nationaal zilver (1974), vijf maal nationaal brons (1970, 1972, 1973(2x), 1976) en eenmaal brons bij het wereldkampioenschap ploegachtervolging te San Sebastian (1973). Twee maal werd hij uitgezonden naar de Olympische Spelen, in 1972 naar München en in 1976 naar Montreal. Peter Nieuwenhuis heeft nooit beroepsrenner willen worden. "Ik had gebrek aan specifieke kwaliteiten. Klimmen was niet bepaald mijn sterkste punt en dan kom je internationaal niet ver", stelde hij. Na de Spelen van Montreal sloot de Friese Amsterdammer zijn actieve wielercarrière af en werd in mei 1978 door de KNWU gevraagd om als bondscoach op de weg (junioren en junior- dames) te gaan werken. Amper een half jaar later werd hij aangesteld als nationaal baancoach. Ook was hij nog enige tijd lid van de Opleidingscommissie. In 1980 stapte hij op, omdat hij onder coördinator Frans Mahn niet naar tevredenheid kon werken. Eind 1983 werd hij opnieuw benoemd tot baancoach als opvolger van René Pijnen. Begin 1987 was Peter Nieuwenhuis toe aan een nieuwe uitdaging. Hij stopte als baancoach en werd binnen de Wielrensportcommissie de opvolger van Keetie van Oosten-Hage, waardoor hij de bestuurlijke belangen van het dameswielrennen binnen de KNWU voor zijn rekening nam. Medio 1989 werd hij voorzitter van de Opleidingscommissie. Ook was Nieuwenhuis, inmiddels wonende in Leeuwarden, later Oudehaske, drie jaar (van 1988 tot 1991) voorzitter van de KNWU district Friesland. Eind 1996 sloeg hij een aanbod van de KNWU om full-time baancoach bij de bond te worden af, omdat hij zijn baan bij de Stichting Spel en Sport niet in wilde ruilen. Per 1 september 1997 werd hij, na een periode als interim-manager, directeur van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie op het bondsbureau te Woerden.

Na eerst andere sporten te hebben beoefend (voetbal, ijshockey) begon Rink Martijn Nieuwenhuis (geboren 20 maart 1974 te Zaandam) op zijn elfde met wielrennen. Hij werd lid van De Friesche Leeuw. Omdat hij daar het enige jeugdlid was vertrok hij naar Otto Ebbens en kwam onder de hoede van trainer Bauke Westra. Maar ook vader Peter Nieuwenhuis, oud weg- en baanrenner en oud-baancoach van de KNWU, stond hem met raad en daad terzijde.

Massasprints waren aan Rink niet besteed. Een valpartij in 1988, waarbij hij een sleutelbeen brak, die ook nog operatief verholpen moest worden, was daar debet aan. De angst voor valpartijen bleef. In 1989 behaalde hij de bronzen medaille op de districtkampioenschappen voor nieuwelingen te Finsterwolde en twee dagen later won hij de Ronde van de Drait te Drachten. Ook op de baan stond hij zijn mannetje. De Leeuwarder coureur werd in Alkmaar Nederlands kampioen op de 500 meter achtervolging alsmede op de 3 kilometer. Op de laatste afstand maakte hij indruk door zijn tegenstander Etienne Vergeer uit Warmond in de finale volledig onderuit te halen. Met vijf seconden voorsprong won Rink in een tijd van ruim 3.56 min. In 1990 behaalde hij zes overwinningen in de criteriums, maar een klassiekerzege bleef uit. Tijdens de kampioenschappen van Nederland op de weg voor nieuwelingen te Grave op 9 juni 1990 was Rink de grote favoriet. Maar de wedstrijd liep op een grote teleurstelling uit, want in het begin kwam hij wederom te vallen en brak beide armen. Bovendien liep hij een hersenschudding op. Hij was geruime tijd uit competitie, maar won toch een gouden medaille op de nationale baankampioenschappen te Almaar op het onderdeel achtervolging, vóór Jarich Bakker. Met Jarich Bakker won hij in het najaar de koppeltijdrit te Menaldum. Een jaar later stapte hij over naar de juniorencategorie en werd kampioen van Nederland achtervolging op de baan te Alkmaar. Kort daarna stopte hij.