EISE VAN DER MEULEN

Eise van der Meulen werd in op 10 april 1910 in Harlingen geboren. In 1929 begon hij met wielrennen, doordat hij door een blessure aan een vinger veel vrije tijd kreeg. Stadgenoot en wielrenner Willem Meulenkamp raadde hem aan een racefiets te kopen. Elke zondag startte vanaf De Lange Pijp in de stad een tocht door de provincie en omdat Van der Meulen als beginnend coureur nog geen rennersoutfit had, werd deelgenomen in de zondagse kleren mèt stropdas. In 1930 werd hij lid van de Ren- en Toeristenvereeniging Leeuwarden en nam deel aan de clubwedstrijden op de weg. Dat was geen enkel probleem want van verkeersdrukte was nog geen sprake. Schoenwinkelier en consul van de NWU Melle Mellema uit Leeuwarden stelde de prijzen, medailles, beschikbaar. "Tijdens zo'n wedstrijd werden we eens aangehouden door de Koninklijke Marechaussee", vertelde Van der Meulen in het cluborgaan "Rennerskwartier". "Ze vroegen wat we deden. Een eind fietsen zeiden we, maar dat geloof- den ze niet. De hele groep kreeg een boete van twee gulden per persoon en de medailles van Mellema werden in beslag genomen. Die hebben we nooit meer gezien". De uitleg van de Motor- en Rijwielwet van 1905, die het houden van wedstrijden op de openbare weg verbood, bood kennelijk geen ruimte voor deze tocht. "Er was nog veel onbegrip voor de sport", stelde Eise van der Meulen. "Ook op mijn werk bij de Frico deed zich dat voor. Ik werkte daar in ploegendiensten en om aan de wedstrijden deel te nemen probeerde ik vaak te ruilen met collega's. Ik moest echter veel wedstrijden over- slaan omdat mijn chef ruilen niet toestond. Tijdens een van die wedstrijden was er sprake van een wilde start. Het hele peloton ging plotseling weg. Pas in Marssum, bij het café van Moeke Verf kon de wedstrijdcommissie voor de meute komen en werden we teruggestuurd naar Leeuwarden. We moesten opnieuw starten, ook al omdat er in Ried een premiesprint was en de commissie daar vanwege de wilde start nooit op tijd kon komen". De eerste keer dat Eise van der Meulen in de prijzen viel was op 31 augustus 1932 (Koningin- nedag) tijdens baanwedstrijden op het gemeentelijk sportterrein te Harlingen. Op het onderd- eel sprint voor amateurs versloeg hij Jentje Kamminga uit Franeker en D. Bakker uit Bolsward gedecideerd. In de koppelkoers werd hij met Freerk de Leeuw uit Sneek tweede achter Jentje Kamminga en F. Hollander. Ook op de hometrainer was Van der Meulen snel. Zo won hij in 1933 te Sneek een 1 km-wedstrijd voor amateurs op baanbanden vóór de Leeuwarder Henk Ruitenberg. Clubkampioen op de baan lange afstand (25 km) van de Ren- en Toeristenver- eeniging "Leeuwarden" werd de Huizumer in 1933. Hij was te sterk voor Aerde Postma ("Peerdsje") en Frans Meulenkamp. Van der Meulen was, samen met Aerde Postma, Auke Adema ("Auke Lor"), Dirk Kanon, Cees Stapensea en Piet Visser ("Lange Piet") een der eerste Friese renners die wedstrijden reed op de Leeuwarder wielerbaan aan de Fonteinstraat. Verschillende Friese renners, waaronder Van der Meulen en Jacobus Meulenkamp, hebben in de winter van 1932/33 en in het daarop volgende voorjaar meegeholpen bij de bouw van de piste. Ze konden gemakkelijk een baantje krijgen bij baanbouwer Jos van den Ende uit Helmond. "Voor drie rijksdaalders startgeld reden wij op de baan", vertelde Eise eens. "Helemaal niet zo gek, want bij de Frico verdiende ik nog geen 25 gulden in de week". De prijzen bestonden uit fietsonderdelen: een stel banden, een nieuw stuur of een zadel. Bijna onverslaanbaar was hij in de koppelkoersen. Koppelgenoten in 1933 en 1934 waren W. de Moor uit Kimswerd, Anton Brink uit Huizum, de Duitser Hans Bragard uit Keulen en de Leeuwarders Aerde Postma, Frans Meulenkamp en Frans Erich. Een bijzondere overwinning behaalde Eise van der Meulen in 1934 op de Leeuwarder baan. Tijdens een koppelkoers werd hij geraakt door Klaas de Vries uit Workum en zocht houvast aan de balustrade. De toeschouwers trokken hem met fiets en al over de houten wand om te voorkomen dat hij alsnog zou vallen en naar beneden zou glijden. "Ze scheurden me over die wand en ik schuurde en schaafde alles wat maar mogelijk was. Ik had een gat in mijn arm en in de drukte van dat moment sloeg ik woest om mij heen. Mijn koppelgenoot Frans Erich, met de bolle 'geitenrug', kreeg vijf ronden rust. Vanachter de balustrade, waar soms wel driedui- zend toeschouwers de wedstrijden volgden, liep ik weer naar het middenterrein, vervolgde de wedstrijd en we wonnen die koppelkoers ook nog".

"Tijdens de Friese kampioenschappen in 1934 stak in de buurt van Ysbrechtum een jongetje de weg over. Dirk Kanon uit Sneek waarschuwde nog, maar het was te laat. Dirk ging naar rechts en raakte het wiel van "Lange Jaap" Hiemstra. Die ging meteen onderuit, mij in zijn kielzog meesleurend. Toen ik weer overeind kwam staken de botsplinters uit mijn schouder. Zes weken heb ik met mijn borstkas in het gips gezeten". Na die val stopte Eise met het wedstrijdfietsen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam hij nog enkele malen op de weg uit in de veteranenklasse van De Friesche Leeuw, waarna hij gedurende zestien jaar lid was van de wedstrijdcommissie. "In 1953 zat ik in die commissie", ging Eise van der Meulen verder. "Maar ik kreeg plotseling zin om aan de clubkampioenschappen mee te doen. De andere leden van de commissie vonden het goed en ik deed snel mijn racekleren aan. Bij Olterterp reed Nanne Kleefstra met nog iemand een paar honderd meter voor het peloton uit. Ik voelde mij nog fris en sprong er naar toe. Kleefstra schrok en dacht dat het peloton weer bijgekomen was. We losten de derde man en bij het naderen van Leeuwarden werd Nanne steeds zenuwachtiger. Ik vroeg hem of hij soms bang voor een oude man was, demarreerde en Kleefstra was gezien. Met drie minuten voorsprong won ik. In plaats van waardering begon men te zeuren en op mijn over- winning af te geven. Ik heb toen voorgesteld om de week daarop een revanchewedstrijd te houden, waarbij de titel verdedigd zou worden. Die wedstrijd verliep net zo als de vorige. Nanne en ik bleven weer alleen over en hij was nog zenuwachtiger dan eerst. Kort nadat ik er vandoor ging hoorde ik achter mij gekraak en gevloek: Nanne trapte de ketting er af. Toen won ik voor de tweede keer". De in 1997 overleden Eise van der Meulen was, sinds 1968, erelid van de LWV De Friesche Leeuw.