TIEMEN GROEN

Tiemen Groen werd geboren op 6 juli 1946. Samen met schoolvriend Marinus Kampen fietste hij elke dag van zijn woonplaats Follega naar de LTS in Heerenveen, weer of geen weer. Dat bleek hem tot de wielersport te hebben aangetrokken. Hij begon serieus te trainen en schreef in 1960 in voor zijn eerste wedstrijd, een wilde koers in Boven-Knijpe. Die won hij op zijn gemak. In 1961 kreeg hij zijn eerste licentie: adspirant bij WV Olympia te Heerenveen. In april 1961 debuteerde hij bij de KNWU in Veendam en het was gelijk raak! Zonder zich iets van zijn tegenstanders aan te trekken, ging hij er na het startschot direct vandoor. Pas nadat hij het peloton had gedubbeld zagen ze hem terug. Ook in eigen provincie gaf hij zijn visitekaartje af door een zilveren medaille te behalen op het kampioenschap van Friesland in het Drentse Gijs- selte. Als adspirant levert hij een sterk staaltje in de Ronde van Bolsward. De organisatoren hadden een gecombineerde wedstrijd uitgeschreven voor amateurs, nieuwelingen en adspiran- ten over 80 km. Adspiranten mochten echter maximaal 40 km. rijden, maar voor Tiemen was dat geen probleem. Hij won! Daarmee zette hij de amateurs en nieuwelingen aardig te kijk. Zijn eerste provinciale titel behaalde hij in 1962. In totaal won hij 34 maal bij de adspiranten.

Na 1½ jaar bij de adspiranten gereden te hebben ging hij in 1963 over naar de nieuwelingen. Ook in die categorie won hij de meeste wedstrijden waaraan hij deelnam. Op overtuigende wijze werd hij in 1963 en 1964 nieuwelingenkampioen van Friesland. Op 18 juli 1994 werd hij op het autocircuit van Zandvoort Nederlands kampioen op de weg bij de nieuwelingen. Het was een kampioenschap in stijl. In de derde ronde demarreerde hij uit het peloton met 330 renners. Ze hebben hem pas na de finish weer terug gezien. Het was zijn 21-ste overwinning van het seizoen, de 70-ste overwinning in zijn nog jonge wielerloopbaan. Een magistraal kampioen! In Lemmer viel hem een geweldige huldiging ten deel. Bij de nieuwelingen won Tiemen Groen maar liefst 53 keer. Direct na zijn kampioenschap maakte de 'Friese Pijl' de overstap naar de amateurs. Daar begon zijn loopbaan als achtervolger op de baan. Een week na zijn overgang naar de amateurs deed hij, op advies van de weg- en baancoaches Joop Middelink en Jan Derksen, mee aan het nationaal kampioenschap achtervolging. Hij was daartoe ook geïnspireerd door zijn grote rivaal, de amateurkampioen Eef Dolman. In zijn nieuwelingentijd had hij Eef meerdere malen verslagen. Nu die had ingeschreven voor het baankampioenschap zag Tiemen Groen zijn kans schoon te bewijzen dat hij sneller kon fietsen dan zijn leeftijdgenoot Eef Dolman. Nota bene op geleend materiaal ging hij de strijd aan. En het toeval wilde dat hij al in de eerste serie lootte tegen Dolman. Het werd een ongelijke strijd, want Dolman werd ingelopen! Veel verrassender was zijn eindtijd. Nog nooit was er op de Amsterdamse wielerbaan zo snel op de 4 km achtervolging gereden. Met een wereldtijd van 4.56.3 gaf hij zijn visitekaartje andermaal af. Al zijn volgende tegenstanders bond hij vervolgens aan zijn zegekar. Via Jan Pieterse, Co Oele en Jaap Oudkerk behaalde hij op 6 augustus 1964 zijn eerste nationale titel achtervolging bij de amateurs. De volgende stap moest het Wereldkampioenschap worden. Twee maanden na zijn overstap naar de amateurs wilde hij op het allerhoogste niveau presteren. En nog wel in het legendari- sche Parc des Princes in Parijs. Aan niets was te merken dat het zijn eerste optreden op een wereldtoernooi was. Als een ervaren rot rafelde hij zijn vier kilometer achtervolgong af. Als eerste moest de finalist van 1963, de Rus Moskwin, er aan geloven. Met de snelste serietijd plaatste Groen zich voor de kwartfinale. Vervolgens werden Lothar Claesgens en Jiri Daler verslagen. Op 10 september 1964 volgde de finale tegen de Belgische wereldrecordhouder Herman Van Loo. Met bussen vol waren de Friese supporters naar Parijs gekomen. Zij wilden 'ús Tiemen' zien winnen en kwamen niet voor niets. Tiemen leidde de race vanaf de eerste ronde en won vrij gemakkelijk in 5.01.74. Zijn supporters waren niet te houden. Ze namen in hun enthousiasme massaal bezit van het middenterrein. En na het 'Wilhelmus' volgde het 'Frysk bloed tsjoch op'. De vlag kon weer uit!

Na de fascinerend verlopen bliksemcarrière kwam de vraag: waar liggen de grenzen van deze ijskoude krachtpatser? De Olympische Spelen van Tokio stonden voor de deur (oktober 1964). Iedereen verwachtte dat Tiemen met het gouden eremetaal thuis zou komen. In het Olympische achtervolgingstoernooi maakte hij tot de halve finale de snelste tijd. In die halve finale moest hij aantreden tegen de Italiaan Giorgio Ursi. Ursi schotelde Tiemen Groen een bliksemstart voor en overrompelde de man uit Follega volkomen. Tiemen kon daar onvol- doende antwoord op geven. Zijn inhaalrace reikte niet ver genoeg. Voor het eerst moest Tiemen in een achtervolgingsrace zijn meerdere erkennen. Iedereen was zeer teleurgesteld. De getoonde overmacht en de teleurstelling waren zo groot, dat het gebruik van doping bij de tegenstander werd vermoed. Tiemen zou 'geflikt' zijn. Die verdenking hadden de Italianen zichzelf op de hals gehaald. In een vergadering van alle delegaties was besloten in Tokio wel te controleren op eventueel dopinggebruik. Een Italiaans jurylid stond in 'het geval Ursi' echter geen medisch onderzoek toe. Hij zou daarin ondersteund zijn door de UCI-voorzitter. De nuchtere verklaring van Tiemen: "Mijn tegenstander reed gewoon harder". De klap was echter zo hard aangekomen, dat Tiemen de kracht niet meer op kon brengen de strijd om de bronzen medaille te winnen. Later verklaarde hij over zijn falen: "Ik kon er niet tegen, dat ze in Nederland al vlak na de wereldkampioenschappen zeiden, dat ik de enige zekere gouden medaillewinnaar was in Tokio. Het heeft me de laatste weken steeds achtervolgd en daar ben ik aan kapot gegaan". Desondanks vond de gemeente Lemsterland de prestaties van Tiemen Groen in 1964 zeer uitzonderlijk. Men besloot hem de zilveren Erepenning uit te reiken en hem te benoemen tot Ereburger. De roem kende echter ook en keerzijde. De snelle ontwikkelingen met Tiemen Groen leidden bij zijn vereniging Olympia tot problemen. Dat had alles te maken met zijn overgang naar de amateurs. De bondscoaches Middelink en Derksen hadden dat al veel eerder willen realiseren, doch zijn Friese begeleiders, maar ook het bestuur van Olympia, wilden hem 'voorzichig bren- gen'. Voorzitter Th. de Jong wist met de keuzeheren van de KNWU tot een compromis te komen. Hij had dat echter geregeld zonder het Olympiabestuur erin te kennen. Op de najaarsvergadering van 2 december 1964 gaf dat aanleiding tot een forse bestuurscrisis. Het bestuur stapte op. Tiemen en vader Meine Groen bedankten als lid van Olympia. Drie weken later werd Tiemen Groen lid van DTS uit Zaandam. Voor die vereniging won hij in 1965 zijn tweede nationale achtervolgingstitel. In september 1965 verdedigde hij in San Sebastian met succes zijn wereldtitel. Daarmee nam hij revanche op de tegenslag van Tokio. Het vertrouwen in eigen kunnen was definitief terug. In 1966 behaalde hij in Frankfurt zijn derde wereldtitel op rij. Hij liet de chronometers staan op een nieuwe wereldrecordtijd van 4.50.21. Op 1 januari 1967 werd hij professional bij Caballero. In zijn eerste jaar als beroepsrenner werd hij, op de baan van het Olympisch Stadion te Amsterdam, waar het drie jaar geleden allemaal was begonnen, wereldkampioen op de achtervolging voor profs. Het rijden bij de profs bracht hem echter niet wat hij ervan verwacht had. Geheel onverwacht stopte de inwoner van Lemsterland met de wielersport in 1968. De erelijst met de voornaamste uitslagen op de baan ziet er als volgt uit: 1964: Nederlands amateurkampioen achtervolging; wereldkampioen achtervolging amateurs. 1965: Nederlands amateurkampioen achtervolging; wereldkampioen achtervolging amateurs. 1966: Nederlands amateurkampioen achtervolging; wereldkampioen achtervolging amateurs. 1967: Nederlands kampioen achtervolging profs; wereldkampioen achtervolging profs. De resultaten op de weg van de beroepsrenner Groen zijn minder indrukwekkend: 1967: 1e Rotterdam (Katendrecht); 4e Roermond; 8e GP des Nations (Parijs); 8e Frauenfeld (Zwitserland). 1968: 2e Rotterdam (Katendrecht); 118e Parijs-Tours.